Eregalerij

Eregalerij ‘De Rijks 150’

De website “De Rijks 150” heeft een pagina gewijd aan een eregalerij. Ken of ben jij een oud-leerling, een oud-docent of een oud-medewerker van de RHBS, Slauerhoff College of OSG Slauerhoff en wil jij ook graag opgenomen worden in deze eregalerij? Stuur dan een mailtje, als het kan met foto, naar info@derijks150.nl

De RHBS en de Slauerhoff hebben vele meer of minder bekende oud-leerlingen; oud-docenten en oud-medewerkers.  Een aantal van hen heeft zich reeds bereid verklaard ambassadeur voor het 150 jarig bestaan te willen zijn. Lees wat de Rijks/Slauerhoff voor hen heeft betekend:

 

Jan de Haan

Erelid reüniecommissie ‘De Rijks 150’

De aarzeling die ik in het begin had om hier iets over mezelf te schrijven werd ingegeven door het feit dat ik geen oud-leerling ben van deze illustere school, zoals de andere schrijvers in deze Eregalerij. Ik ben, oh schande, zelfs geen oud-HBSer en moet het mijn hele leven al doen met een alfa vooropleiding.
Maar ik ben wel  reünist van de Rijks en hoop in september zelfs mijn derde reünie van deze school te beleven: 1967, 1992 en 2018. De eerste als beginnend docent Engels, de tweede als rector van het toen net herdoopte Slauerhoff College en de komende dus als adviseur van de reüniecommissie.
Mijn komst naar het Zaailand in september 1964 en de klassen die ik van de heer Ferwerda kreeg toebedeeld herinner ik me nog levendig. Natuurlijk eerst alleen lessen in de onderbouw, want ik was nog niet afgestudeerd. En ook geen vol rooster, maar vijftien wekelijkse lessen.
Na mijn tijd aan de HBS in Bolsward, waar een overwegend jong team werkte, moest ik wel even wennen aan de eerbiedwaardige leeftijd van docenten als De Jong, Bergmans, Hoekstra, De Vries, Bijkerk, Norder, Kools en nog een paar van wie me de namen ontschoten zijn. Maar ik vond algauw aansluiting bij leeftijdgenoten onder de leraren en kon het opperbest vinden met mijn ‘mentor’ en vakcollega Doodkorte.De leerlingen hadden een goed niveau en waren, voor ‘stadskinderen’, erg gezagsgetrouw. Ik merkte snel hoe dat kwam. Om te beginnen kwamen veel leerlingen van buiten de stad, maar belangrijker nog de reputatie van de heer Ferwerda zorgde ervoor dat leerlingen bij nieuwe leraren geen geintjes uithaalden: hij stond vierkant achter de starter.De overgang van de HBS-b naar de nieuwe schooltypen havo en atheneum een paar jaar na mijn komst  was voor een leraar Engels minder erg dan voor sommige collega’s in de exacte vakken. Het programma Engels in de HBS-b was erg bescheiden en focuste vooral op de vertaling Engels-Nederlands. In de nieuwe opleidingen was het aantal wekelijkse uren hoger en kwamen ook luister- en spreekvaardigheid aan bod en in de hogere leerjaren literatuur. Ik zag dat wel zitten. Toch heb ik er na een paar jaar voor gekozen over te stappen naar de Lerarenopleiding Ubbo Emmius in Groningen/Leeuwarden om er vakdidactiek te geven aan studenten Engels en de stages van deze studenten te begeleiden. Een leuke baan.Maar… toen in 1984 de heer Pijnacker besloot met pensioen te gaan als rector van de RSG Leeuwarden, kroop het bloed toch weer….en besloot ik te solliciteren naar die functie aan mijn oude school. Ik kreeg de job mede omdat ik bij Ubbo ervaring had opgedaan met nieuwbouw (én met dezelfde architect) en de RSG juist goedkeuring had gekregen voor nieuwbouw in Westeinde.Het zou niet mijn enige klus zijn die niets met Engels of zelfs met onderwijs te maken had. De Rijksscholen moesten sneuvelen voor het decentralisatiebeleid van het kabinet Lubbers en de overgang naar de gemeente Leeuwarden, met stevige weerstand onder het personeel, moest worden vormgegeven, inclusief een nieuwe naam voor de school. Maar daar eindigden de veranderingen niet mee. De gemeenteraad wenste brede scholengemeenschappen en dwong de scholen in de stad tot samenwerking. Ons viel eerst de nabijgelegen Perkmavo ten deel: een win-win combinatie. Maar in een volgende fusiestap werd de LEAO aangehaakt en waren we gedwongen onder- en bovenbouw apart te huisvesten, tot verdriet van ouders en leerlingen van klas 1 en 2. Een totale herverkaveling van scholen en gebouwen vond plaats in 1998, toen al het openbaar en algemeen bijzonder onderwijs in Leeuwarden, Dongeradeel, Kollumerland c.a. en Het Bildt werd verenigd onder de nieuwe naam Piter Jelles. Twee troostrijke gedachten bij het proces zijn: Piter Jelles Troelstra was ooit leerling van de Rijks en het bestuur van de school is nu losgekoppeld van de gemeenteraad van Leeuwarden en dus van politieke inmenging in het beleid van de school.

Na de voltooiing van het fusieproces besloten de rector van de voormalige SSG en ik de leiding van de nieuwe school over te laten aan een vrouw of man die niet te zeer belast was met het verleden van een van de beide scholen. Ik bleef nog anderhalf jaar als adviseur van het College van Bestuur in dienst en deed een aantal klussen alvorens in 2000 vervroegd uit te treden. Zijdelings bleef ik nog enige jaren bij de scholen betrokken als ombudsman van de ouders, een nieuwe functie die door het CvB was ingesteld.

Mijn rustige (buiten)leventje werd pas weer verstoord, toen de reüniecommissie in 2016 mij vroeg om mee te denken met de organisatie van een reünie ter gelegenheid van de 150e geboortedag van de RHBS. Meedenken wordt in deze enthousiaste commissie algauw meedoen en meewerken. En ik vind het een eer dat ik mee kan werken aan het samenkomen van oud-leerlingen en oud-medewerkers die in de jaren dat ik aan school stond het primaire proces gaande hielden, terwijl ik mijn aandacht moest geven aan de randvoorwaarden voor het onderwijs. Ik verheug mij erop op 8 september de vertrouwde drukte van het schoolleven weer een paar uur te mogen beleven in het gebouw aan de Kalmaleane.

Sinds 2003 heb ik nog slechts één leerling (zie foto). Haar strenge opvoeding heeft enige jaren zijn vruchten afgeworpen, maar met het stijgen der jaren is de ware teckelaard toch weer boven gekomen en doet de meester precies wat de leerling wil. En zo hoort het ook.

Jan de Haan                                                                                                      Oentsjerk, Pasen 2018

 

Sieuwke Visser (RHBS 1948 – 1953)

Het volgend jaar is het 65 jaar geleden dat ik mijn examen heb gedaan en ik heb daarna niet veel contact meer gehad met klasgenoten en ik woon al lang niet meer in Friesland. Ik ben stressconsultant voor ouderen. Ik ben 80-plusser, vitaal en goed ter been.

Begin dit jaar (2017) vroeg ik mij af, hoe het met de Rijks HBS was gegaan en een korte google leerde mij dat er volgend jaar een reünie zal worden gehouden.
Toch leuk om misschien oud-klasgenoten tegen te komen en/of misschien oud-docenten. Dus heb ik mij opgegeven, hoewel het niet helemaal vast staat of ik kan gaan. Het duurt immers nog langer dan een jaar. We doen echter of er niets in de weg staat.
In onze klas (C) zaten we met 4 meisjes bij elkaar links achter in de klas; Hannie, Eke, Janke Tine en Sieuwke (Sjoke), verder alleen maar jongens.
 
Hiermee wil ik iedereen inspireren om ook naar de reünie te komen op 8 september 2018.
(redactie website):
Sieuwke is één van de oudste reünisten, die zich heeft ingeschreven voor onze reünie in 2018. Op het moment van schrijven, een jaar voor de reünie, zijn er nog 4 heren uit de schoolperiodes, 1945-1952, 1946-1952 en 1948-1953, die zich als reünist hebben ingeschreven.

 

Ir. Jan Vollema,

voorzitter feestcommissie 125-jarig jubileum

Wat maakte de viering van het 125-jarig jubileum van de RHBS (en opvolgers) tot zo’n doorslaand succes?
Was het de massale deelname van zo’n 3.000 reünisten? Was het veelzijdige feestprogramma, opgezet door een enthousiaste organisatiecommissie?
Achteraf moeilijk uit te maken, maar wel een reden om met vertrouwen uit te zien naar de viering van het 150-jarig bestaan in 2018.
Daarom een opwekking aan oud-docenten, oud-leerlingen en andere betrokkenen:

KOMT ALLEN!

 

Janny Vlietstra (RHBS 1961-1966)

Ik heb maar liefst vanuit drie rollen herinneringen aan de Rijks en haar rechtsopvolgers: als leerling, als schoolbestuurder  en als ouder.  Van 1961 – 1966 bezocht ik de Rijks en zat ik in de A-klas. De “Friese” klas, met veel  leerlingen van buiten de stad, die als extra vak Fries volgden bij mw. Bosma-Banning.  Zelf woonde ik aan de Eewal in Leeuwarden,  maar ik wilde graag Fries leren om in die taal met de familie van mijn vaderskant te kunnen communiceren. Al op de lagere school wist ik zeker  dat ik naar de Rijks wilde en  hoewel ik op de Brugschool een gymnasiumadvies kreeg , heb ik daar nooit spijt van gehad. Het was, zeker in de hoogste klassen, hard werken met al die exacte vakken, maar ik kijk er met veel plezier op terug.
De Rijks was in die tijd nog een “standenschool”. De eerste lichtingen arbeiderskinderen traden  toe. Ik hoorde ook bij die na de oorlog geboren kinderen (vooral jongens trouwens) die verder mochten leren waar dat voor hun ouders niet was weg gelegd en voor mijn verdere leven is dat erg belangrijk geweest.  Minstens zo belangrijk als het harde werken was het schoolleven: Elios en Eloquentia, de schoolkrant Rodeo ,de meidenclub die we al snel met de meisjes in mijn klas hadden opgericht en die nog steeds af en toe bij elkaar komt, de danslessen in de Beurs bij Huub Adema, de vele feestjes en  sokkenbals, de hoofdfuif in de Harmonie en het zwijmelen bij de Beatles.
Streng was de school ook. Leraren zaten, vaak rokend, op het podium voor in de klas en waren autoriteiten.  Strafwerk maken, op de gang staan,  naar de directeur (de “Baas”) gestuurd worden, op woensdagmiddag terug moeten komen, dat alles was in die periode gebruikelijk. Als ik dat vergelijk met de tijd dat mijn dochter op Slauerhof zat zie ik twee totaal verschillende werelden.Na de HBS ging ik naar de sociale academie in Groningen, waar ik cultureel werk heb gedaan. Een loopbaan in het vormingswerk en als docent aan de in de jaren ’70 opgerichte Agogische Academie Friesland (nu onderdeel van de Noordelijke Hogeschool) volgde. Tot 1986, het jaar waarin ik wethouder werd in mijn geboortestad. Enkele jaren later doeg het Rijk de rijksscholen over aan de gemeenten en werd ik, als wethouder van onderwijs, schoolbestuur van de RSG. Een bijzondere positie in een woelige periode waarin de categorale scholen in Leeuwarden en omgeving werden samengevoegd tot twee brede scholengemeenschappen. Niet iedereen nam me dat in dank af en dan druk ik me zwak uit! In 1995 ben ik uit Leeuwarden vertrokken om burgemeester te worden in Winschoten. Daarna ben ik gedeputeerde geweest in Drenthe, lid van de Eerste Kamer en waarnemend burgemeester in enkele gemeenten.Sinds kort zijn mijn man en ik terug in Leeuwarden en wonen we met buitengewoon veel plezier in de binnenstad. Leeuwarden heeft zich geweldig ontwikkeld. In 2016 hebben zo’n 150.000 mensen de prachtige tentoonstelling over Alma Tadema bezocht. Ik ga ervan uit dat veel van die mensen terug komen als de stad in 2018 Culturele Hoofdstad is, met o.a. tentoonstellingen over Mata Hari en Escher. Een uitgelezen kans voor alle oud-leerlingen, -docenten en –medewerkers om op 8 september 2018 naar Leeuwarden te komen. In de eerste plaats voor  een ontmoeting met oude bekenden, maar daarnaast voor een hernieuwde kennismaking met deze mooie, monumentale en bruisende stad.

Aanmelden  dus!

 

Henk Fetter (RHBS 1945-1951)

Foto Henk Fetter De HBS begon voor mij in september 1945. We hadden net een periode van moeilijke jaren achter de rug. Een wereldoorlog van vijf jaar lag achter ons. De opbouw kon beginnen! Het was natuurlijk even wennen – zo van de Lagere school naar het middelbaar onderwijs. Formeel zat tussen de zesde klas lagerschool nog een zevende klas als voorbereiding van het middelbaar onderwijs, maar dat word niets door het laatste oorlogsjaar.
De RHBS lag toen midden in de stad, aan het Wilhelminaplein (zaailand in de volksmond). Gezellig in de pauzes.  Veel leerlingen kwamen uit de dorpen rondom de stad. Onze klas had alleen twintig jongens. De gymleraar organiseerde regelmatig wedstrijden tussen de boeren en de stad. De school had een uitstekend leraren corps en een goede directeur. Heel bijzonder was dat toen der tijd de school in 1947-1948 veel leerlingen kreeg uit het toenmalige Nederlands-Indië die toen met hun families daar moesten verdwijnen. Ik heb er veel geleerd als  goede voorbereiding op mijn latere studie in Delft.

 

Wiebe Adema (RHBS 1956-1961)

Ik ben geboren in 1942 te Kollum en daar ook getogen . In 1956 deed ik toelatingsexamen voor de Rijks HBS te Leeuwarden. Daar toe was ik opgeleid op de ULO te Kollum. Met een tweetal andere jongens uit Kollum werden we toegelaten. We gingen vanuit Kollum met  de fiets naar Buitenpost; vandaar met de trein naar Leeuwarden. Na ruim een half uur treinreizen kwamen we dan  aan, net op tijd voor de school. Die toen vlakbij het station aan het Zaailand stond. In de hal stond dan bijna altijd onze directeur Ferwerda. Vaak met een sigaar in de mond. Tegenwoordig is dat niet meer voor te stellen. foto-wiebe-adema

De RHBS was voornamelijk een jongensschool. In mijn klas zaten maar 4 meisjes. In enkele klassen zaten helemaal geen meisjes. Het was een HBS-B school, dus de exacte vakken werden er onderwezen. Het was een strenge school, gericht op prestatie. Je moest je uiteraard correct gedragen, maar ook correct gekleed en gekapt zijn. Lang haar en baarden waren niet toegestaan. Deed je dat toch, dan werd je naar huis gestuurd om lang haar dan wel baard te laten verwijderen.

In 1961 deed ik na 5 jaren eindexamen. Ik slaagde tot mijn opluchting. Na mijn militaire diensttijd als Officier van Administratie van bijna 2 jaar, ben ik notariële wetenschappen gaan studeren in Groningen. Van 1975 tot 2005 was ik notaris ter standplaats Leeuwarden.